Recensie bij Dromer - Benedict Wells

Meer dan een lekker lezend melancholisch verhaal

open book lot
open book lot

Dromer is een goed leesbare psychologische roman waaruit de welwillende lezer de nodige verrijking kan putten.

Dromer vormt een illustratie bij een bij velen welbekend dilemma: durf je te springen in de richting van je dromen of blijf je horen bij, zoals Benedict Wells (1984) ze omschrijft, “al die sneue kleine schepsels, met hun vaste banen, hun schone huisjes en hun nutteloze lege leventjes.”

De door Wells gecreëerde hoofdpersoon Jesper springt in de richting van zijn dromen en wel door na zijn middelbare school uit München naar Berlijn te vertrekken. Hij is vastberaden om een meesterwerk te schrijven. Achtervolgd door “darkness, my old friend” verdrinkt Jesper in Berlijn in een cocktail van onverwerkte rouw, alcohol, slaappillen en faalangst.

Wells schreef Dromer in 2003 en 2004, op negentienjarige leeftijd als startende schrijver in Berlijn. Het is daarmee oorspronkelijk het eerste boek uit de pen van de schrijver en een heel persoonlijk verhaal; de wereld van Jesper is gebaseerd op de wereld van Wells in die tijd. Het verscheen in het Duits in 2009 en pas dit jaar (2022) in het Nederlands. Dit als vijfde boek na een rij van vier naar het Nederlands vertaalde bestsellers van Wells.

Het boek is op twee manieren te lezen. Als een goed lezend clichématig en vrij melancholisch verhaal over een verdwaalde jongen met zijn verdriet en angsten op zoek naar zijn echte dromen. De toeschouwer voelt dat het goed gaat komen en dat maakt het boek lekker om te lezen. Snel uit, snel thuis.

Naar mijn mening doet die beperkte benadering het boek echter te kort. Er is meer te vinden in dit boek en daardoor ook meer om van te houden. Het boek is, zoals Wells het uit, een metafoor voor de jeugd zelf, voor de verwarde dromen en voor de onlogische emotionele werelden uit die periode in het leven. Een metafoor voor het afstand nemen van familie en ouders en het daarmee tegelijkertijd juist omarmen van hen die het dichtst bij je staan.

Het boek staat ook symbool voor tussenmenselijk onbegrip als gevolg van een tekort aan communicatie tussen mensen. Menigmaal spreekt Jesper de zin uit “Ik weet niet of iemand begrijpt wat ik bedoel.” Deze lieve zin doet denken aan het door Marten Toonder zo vaak in de mond van Olivier B. Bommel gelegde “Als je begrijpt wat ik bedoel.”. In de verhalen van Toonder wordt het “Als je begrijpt wat ik bedoel” gezien als symbool voor het opgesloten-zijn van elk in zijn eigen kringetje. Ik denk dat Wells hetzelfde bedoelt met deze woorden van Jesper. In Dromer luisteren personen – de “Talking Deads” - over het algemeen niet naar elkaar, conversaties worden afgebroken, mensen lopen te snel van elkaar weg. Tussenmenselijk onbegrip wordt hiermee als interessant thema aan de kaak gesteld in het boek.

Dromer is daarnaast door muziekliefhebber Wells doorspekt met verwijzingen naar muziek en films. Wells heeft het de lezer makkelijk gemaakt door playlists te maken bij het boek, waardoor het verhaal al lezend en luisterend bijna driedimensionaal en daarmee zeer levend kan worden gemaakt. Zeer levend is het boek overigens ook door de hallucinerende episodes van Jesper en door zijn droge zelfrelativerende noten.

Al met al de moeite van het lezen zeer waard.